In Rotterdams Tij maken sociaal ondernemers dagelijks positieve impact op tientallen levens van Rotterdammers. Zo ook op dat van Saleh Hussein Khalaf (38). Hij vluchtte vanwege de oorlog uit Syrië en woont sinds negen jaar in Nederland. Bij Remake Society kreeg hij de kans om zijn vak van kleermaker weer op te pakken. ‘Deze baan geeft me zelfstandigheid en zelfvertrouwen.’
Geef Saleh Hussein Khalaf een kapotte spijkerbroek en hij repareert ‘m zonder problemen. Zodat de broek als “tweede kans jeans” verkocht kan worden bij Jeans Centre. Van oude voetbalshirts maakt hij toilettassen of andere toffe producten. Productiefouten oplossen en vermaken van kleding naar de wensen van de klant? Saleh draait er zijn hand niet voor om; hij heeft gouden handen en is een allround vakman. Hij en zijn collega’s bij Remake Society geven textiel een tweede leven door middel van reparaties en upcycling.
Bombardement
Ook Saleh zelf is hier bezig aan een tweede leven. Ruim elf jaar geleden was hij nog kleermaker in Aleppo, de grootste stad van Syrië. Samen met zijn broer runt hij een eigen atelier. Tot op een dag de Syrische burgeroorlog – uitgebroken in 2011 – ook hun straat bereikt. Er valt een bom in de straat. Terwijl Saleh de dode lichamen van zijn buren van de straat haalt, wordt er opnieuw gebombardeerd. Saleh raakt zwaargewond aan zijn been. Zijn broer weet in het ziekenhuis ternauwernood te voorkomen dat het been van Saleh geamputeerd moet worden.
Vluchten
Als Saleh een half jaar na de operatie eindelijk weer kan lopen, vlucht hij met zijn vrouw en andere familieleden naar Turkije. ‘Ik wilde maar één ding: mijn familie beschermen. Aan kleermaken dacht ik niet meer. Het was veel te gevaarlijk en we hadden bijna niets meer’, vertelt Saleh in een kantoortje van Remake Society. Soms valt hij even stil, als hij terugdenkt aan wat hij allemaal heeft meegemaakt. Hij zoekt naar woorden; eerst in zijn eigen taal, dan in het Nederlands.
Van Griekenland naar Rotterdam
In Turkije werkt Saleh een tijdje als kleermaker, maar tegen een laag loon en zonder rechten. Er is bovendien veel discriminatie van vluchtelingen. Daarom wagen Saleh, zijn vrouw én hun pasgeboren eerste zoon de oversteek naar Griekenland; op een te zwaar beladen boot met te weinig benzine.
Na een tijd in Griekenland komt het gezin – inmiddels uitgebreide met een tweede zoon – via de Verenigde Naties in 2017 in Nederland terecht. Eerst in Ter Apel, daarna in een asielzoekerscentrum in Hardenberg.
‘Op een dag kregen we woonruimte aangeboden in Rotterdam. Dat leek me een goede stap. In een grote stad heb je meer kans op werk.’
De wil om te werken
Want werken – dát wil Saleh heel graag. Maar voordat hij in Nederland aan de slag kan, moet hij de inburgeringscursus afronden. Als dat na drie jaar is gelukt, werkt hij jarenlang als vrijwilliger. Dat helpt hem ook om de Nederlandse taal nog verder onder te knie te krijgen. Inmiddels kan hij zichzelf goed verstaanbaar maken. ‘Ik zei tegen mijn werkcoach: ik wil geen uitkering, ik wil werken. Hij had het idee om eens bij Remake Society te gaan kijken’, vertelt Saleh. ‘Ik vond het meteen geweldig toen ik hier kwam. Ik zag het naaiatelier en was meteen blij. Toen ik hoorde over de visie van oprichter Esther Smit om textiel een tweede kans te geven, was ik helemaal enthousiast. Veel mensen in Nederland kopen nieuwe kleding. Waarom? Je kunt op een creatieve manier van alles hergebruiken.’
Zelfstandigheid en zelfvertrouwen
Dat Saleh kleermakerskwaliteiten heeft, is snel duidelijk. Inmiddels werkt de Syriër drie jaar bij Remake Society en heeft hij een vast contract. Zijn functietitel “Expert confectie & ontwikkeling samples” verraadt wat zijn specialiteit is. Ook begeleidt Saleh nieuwe, minder ervaren collega’s. Van medewerker klom hij op naar teamleider; een functie waarin hij verantwoordelijk is voor de opdrachten van grote klanten. ‘Ik ben ontzettend blij met deze baan’, vertelt Saleh.
‘Ik verdien mijn eigen geld en heb een vast inkomen. Dat zorgt voor zekerheid. Maar ook voor een gevoel van zelfstandigheid en eigenwaarde. Ik werk drieënhalve dag; op donderdag zorg ik voor mijn kinderen.’
Gesetteld in Nederland
Zijn vrouw deed in Syrië een opleiding tot apothekersassistente. Die volgde ze in Nederland opnieuw, omdat hier andere eisen gelden. ‘Inmiddels werkt ze als apothekersassistente en heeft ze ook een vast contract. Samen hebben we een goed inkomen. Onze zoons zijn inmiddels tien en twaalf jaar oud. Ze leren snel Nederlands; veel sneller dan ik, haha. Ze hebben vriendjes, doen aan sport. Ja, we hebben het goed op de rit hier in Nederland. Mijn broer, met wie ik mijn eigen bedrijf had in Aleppo, woont in Emmen. Hij werkt als timmerman, bouwt mee aan huizen.’
Een klein beetje geslaagd
Saleh valt weer even stil, als hij in zijn hoofd zijn leven van de afgelopen elf jaar laat passeren. ‘Wat we hebben meegemaakt, is verschrikkelijk’, zegt hij dan. ‘Maar ik kijk liever niet te veel terug; dat is te pijnlijk en we moeten simpelweg vooruit. We zijn heel dankbaar dat we hier in Nederland een nieuwe kans hebben gekregen. En zelf vind ik het geweldig dat ik mijn oude vak weer kan uitoefenen.’ Hij denkt weer even na, zoekt naar de juiste Nederlandse woorden. Dan zegt hij: ‘Ik voel me wel een klein beetje geslaagd hier.’ Het is een understatement van jewelste.



